Geen geld – Een column over het leven in Portugal

Liefde in Pangea speelt zich voor een groot deel af in de Portugese Algarve, waar Tessa woont en werkt. Een paar jaar geleden schreef zij enkele columns over het leven in Portugal. Hieronder de eerste daarvan, oorspronkelijk gepubliceerd in het tijdschrift Méditerranée:

 

Geen geld

Lissabon is een van de mooiste steden van Europa, bevallig gelegen aan de Taag die zo breed is dat het lijkt of de oceaan hier al begint. Het effect daarvan is een uitnodigende open ruimte, die aan het uitvaren van schepen naar de koloniën doet denken, en van licht, heel veel licht, dat zelfs doordringt tot in de nauwe trappen en steegjes van Alfama. Dit is de oudste wijk van de stad, gelegen op een helling die bekroond wordt door de burcht Castelo São Jorge.

In deze stad kun je je rijk voelen, maar ook heel arm. Dat overkwam mij laatst en ik zeg achteraf uit de grond van mijn hart: het was niet fijn.

Ik was die ochtend met de trein uit het zuiden gekomen, op uitnodiging van mijn uitgever. We zouden samen een geschikte locatie gaan zoeken voor de feestelijke presentatie van de Portugese vertaling van mijn roman Harlekino. We hoefden niet lang te zoeken: de honderden jaren oude boekhandel Bertrand aan het Chiado, in het hart van de stad, was het helemaal. Schuin ertegenover bevindt zich een beroemd koffiehuis waar Fernando Pessõa, Portugals grootste dichter, in de jaren ’30 van de vorige eeuw met zijn vrienden bijeenkwam. Ter herinnering staat er een beeld van hem in brons naast het terras, waar het trouwens nog steeds goed toeven is en de Braziliaanse koffie verrukkelijk.

Aan het eind van de middag werd ik naar mijn hotel in Alfama gebracht. Nadat ik mijn bagage in de kamer had gezet ging ik terug naar buiten. Ik was die ochtend in haast vertrokken om de trein niet te missen, zonder er aan te denken wat geld bij me te steken. Een automaat, was dus mijn eerste gedachte. Via een wirwar van straatjes kwam ik op het grote plein, het Rossio, terecht. Een automaat was snel gevonden.

Maar op mijn Portugese pas reageerde hij met een: ‘probeer het later…’ Bij een poging met mijn Hollandse pinpas kreeg ik te horen dat ik ‘mijn plafond’ bereikt had. Dan heb ik nog een Mastercard. Al mijn hoop was nu hierop gevestigd. Maar nee, de automaat spuugde hem uit met de mededeling dat er niet voldoende op mijn rekening stond. Voilà, daar stond ik met mijn goeie gedrag, grabbelend in mijn broekzak in de hoop er nog een paar munten aan te treffen.

En zowaar, ik vond maar liefst één euro en wat klein spul ter waarde van twintig eurocent. Maar voor een avondmaaltijd was dat niet genoeg en het ontbijt, de volgende dag, kon ik ook vergeten. Nu pas viel me op dat ik was omgeven door arme immigranten, voor het merendeel afkomstig uit de voormalige koloniën. Mannen in witte boeboes, druk pratend en gesticulerend – wanhopig beraadslagend hoe ze een beetje geld zouden kunnen verdienen. Daarnaast de vrouwen, in tunieken of gebatikte gewaden, afhankelijk van hun welslagen. Afgetobde oude mensen, die nergens meer in geloofden, voortsloffend over de keien. Ineens voelde ik me alsof ik een van hen was. Hoe het is om, alleen in een vreemd land, geen sou te hebben. Nog even en jij bent degene die smekend zijn hand uitsteekt naar een onverschillige voorbijganger…

Gelukkig was de automaat de volgende dag in een goedgeefse bui en was mijn ‘plafond’ ineens verdwenen. Mijn eerste schreden gingen resoluut naar het koffiehuis tegenover de boekhandel waar ik, aanschuivend naast Fernando Pessõa, een pittige ‘bica’ bestelde.

pessoa