Een varken in het paleis

In 1809 maakte Lord Byron, eenentwintig jaar oud, samen met zijn vriend John Cam Hobhouse een Grand Tour, zoals in zijn tijd gebruikelijk was bij studenten uit de aristocratie. Byron, eigenzinnig en onvoorspelbaar als hij was, deed iets ongebruikelijks: hij maakte een tocht te paard door Epiros en Zuid-Albanië, gebieden die zelden bereisd werden door vreemden en als gevaarlijk bekend stonden.

Toen het de even beminnelijke als wrede Ali Pasja, de toenmalige heerser, ter ore kwam dat er een adellijke Engelsman op zijn grondgebied vertoefde, stond hij erop dat deze hem in zijn paleis in Tepelenë zou bezoeken. Over de luxueuze logeerpartij bij Ali Pasja schreef Byron een fascinerende brief aan zijn moeder waarin hij laat weten hoe diep hij onder de indruk was van de oriëntaalse pracht en het bizarre mengsel van Albanese ruigheid en Turkse hoffelijkheid.

Tessa de Loo las die brief bijna twee eeuwen later en raakte bezeten van de gedachte mee te willen naar Ali Pasja. Daarom volgde zij Byron en Hobhouse in de herfst van 1996, wisselend te paard en te voet, over het oorspronkelijke pad in de bergen, dat vooral in Albanië nog grotendeels onaangetast is. In ‘Een varken in het paleis’ mengt Tessa de Loo vele genres – dat van het reisverhaal, de biografie en de historische documentaire – tot een meeslepend boek.

  • Categories: Romans en Novellen

Het huis

Contact







    captcha