Tessa de Loo studeerde Nederlandse taal- en letterkunde. Ze werkte enkele jaren als lerares alvorens ze in 1983 debuteerde met de verhalenbundel De meisjes van de suikerwerkfabriek, waarmee ze onmiddellijk haar naam vestigde. Het boek beleefde meer dan twintig drukken en werd bekroond met twee debuutprijzen (de Anton Wachterprijs en het Gouden Ezelsoor)

Mijn leven

Iedereen was blij dat de oorlog voorbij was. Dat moest gevierd worden! Negen maanden later werd er in Bussum een babyboempje geboren. Dat was Tessa. ``Ze zeggen dat mijn vader veel zenuwachtiger was dan haar moeder en door de gang van het ziekenhuis liep te ijsberen. Soms denk ik dat mannen meer aanleg hebben voor groots lijden, terwijl dat van vrouwen meer praktisch gericht is.`` In ieder geval was Tessa er zonder die oorlog niet geweest, een schuld die Tessa jaren later heeft ingelost met een roman.

Een goede raad

`Bemoei je er niet mee`, was het advies dat Tessa de Loo van haar uitgever kreeg toen de filmrechten van `De Tweeling` verkocht werden. Dat nam ze zich ook voor, maar op verzoek van de producente las ze toch het scenario. `Het gebeurt misschien maar één keer en ik dacht: wie weet is het zinvol om te volgen hoe dat gaat.` De verfilming werd een groot succes. Het oeuvre van Tessa de Loo kan op twee manieren veelzijdig te noemen. Het omvat romans, novellen, verhalen en reisreportages. Haar streven is zich steeds te vernieuwen.

Reizen

Tessa de Loo is gewend zich van A naar B te verplaatsen. Dat doet ze vaker dan haar lief is. Behalve wanneer het om het echte reizen gaat. De eerste reis die haar buiten Europa bracht, leidde naar het land van de tequila: Mexico. Marokko, Australië en Zuid-Afrika waren haar meest recente bestemmingen. Als ze op reis is heeft Tessa de Loo vooral oog voor de natuur en de mensen. Verrukt is Tessa over haar woongebied in de heuvels van de zonovergoten Algarve waar ze net zo diep geworteld lijkt als de markante johannesbroodbomen. Overdag zingen bijzondere vogels.

Werk

Op 5 september is de nieuwe roman van Tessa de Loo Een goed nest verschenen, vergezeld door een luisterboek en een theatervoorstelling met Henriëtte Tol en Anneke Blok. Een goed nest gaat over de band tussen twee zussen, over hun wrok en vergeving. Lees hier meer over dit boek.

Selectie uit het werk

  • Een goed nest
    een goed net
  • Een vingerhoed aanmoediging
    wieweegtdewoorden
  • Liever Ludlum dan Konwicki
    ontmoetingen
  • De meisjes van de suikerwerkfabriek
    Nederlands en Vlaamse literatuur
  • De meisjes van de suikerwerkfabriek
    Zusters aan de macht
  • Muziekles
    Maestro, muziek
  • Op hoge hakken
    Liefde, anders niet
  • Het mondeling examen
    Literair leesboek
  • De vuurdoop
    Ooitgebeurd
  • Gevecht tussen grashalmen
    15 verhalen over zee en zand
  • L.B.
    L.B.
  • Het gesproken boek
    Slow up!
  • Vroeger kon ik alles
    Uit deput
  • Ik herinner mij
    Ik herinner mij
  • Muziekles & meisjes van de suikerwerkfabriek
    maatstaf
  • Ruw pleisterwerk
    vrouwen tegen
  • Ik val vanavond op donkere mannen
    mijn ondeugd
  • Zes vogelkooien of maar drie?
    Vrij reizen
  • Haute-Saône – Haute Saône
    Schrijfsters fietsen in Frankrijk
  • Rajasthan: kleuren en contrasten
    reizigers
  • De religie van de vakantie
    Lekker lui 1994
  • Toen zat Lorelei nog op de rots
    toen zat
  • Kenau
    Loo_Kenau
  • Verraad me niet
    verraadmeniet
  • Daan
    daan
  • Harlekino
    harlekino
  • Een bed in de hemel
    eenbedindehemel
  • Een gevaar op de weg
    Gevaar op de weg
  • Een varken in het paleis
    een varken
  • Alle verhalen tot morgen
    Alle verhalen tot morgen
  • De Tweeling
    tweeling
  • Isabelle
    isabelle
  • Het mirakel van de hond
    het mirakel
  • Het rookoffer
    hetrookoffer
  • Meander
    meander
  • De meisjes van de suikerwerkfabriek
    Meisjes van de suikerwerkfabriek, Bulkboek
aq_block_12

Schrijfcursus in Portugal door Tessa de Loo

Tijdens de cursus, gegeven in het prachtige casa Barocca, gaan we verschillende kanten van het schrijven onder de loep nemen

Meer informatie

Mijn leven

Iedereen was blij dat de oorlog voorbij was. Dat moest gevierd worden! Negen maanden later werd er in Bussum een babyboempje geboren. Dat was ik. Ze zeggen dat mijn vader veel zenuwachtiger was dan mijn moeder en door de gang van het ziekenhuis liep te ijsberen. Soms denk ik dat mannen meer aanleg hebben voor groots lijden, terwijl dat van vrouwen meer praktisch gericht is. In ieder geval was ik er zonder die oorlog niet geweest, een schuld die ik jaren later heb ingelost met een roman.

In het begin woonden we met een heleboel andere familieleden in een Pippi Langkousachtige villa in Hilversum. Met zoveel ooms en tantes op een kluitje was het samenwonen voor iedereen natuurlijk een voortdurende oefening in vreedzame coëxistentie. Maar er heeft nooit bloed gevloeid. Wel veel tranen. Om eerlijk te zijn: die van mij, toen mijn favoriete knuffel Hazelien door de boxer van een tante aan stukken gescheurd werd. Er kwam geen bloed uit, maar wel heel veel zaagsel. Het was een erg zielig gezicht, het tapijt vol zaagsel met hier en daar een lapje haas. En `s nachts in bed verlangde ik ontzettend naar haar oren.
Ik heb nooit geprobeerd om, zoals de beroemde heldin uit de kinderboeken, vanuit het zolderraam weg te vliegen. Maar de zolder met zijn geheimzinnige kamers, waarin het naar droog hout en oude boeken rook, was wel een ultieme plek om het in je verbeelding te doen.

Er waren mensen die de oorlog hadden gebruikt om rijk te worden. Mijn ouders niet. We verhuisden naar Amsterdam toen ik drie was en er was zelfs geen geld om een tramkaartje te kopen. Wat een geluk! De vele kilometers tussen ons huis en dat van mijn overgrootvader legden we te voet af. Als beloning deed hij hop hop paardje met me en mocht ik in zijn spionnetje naar de Albert Cuypmarkt gluren. Bovendien kreeg ik ontzettend sterke beenspieren.

Aan al die kilometers over Amsterdamse stoepjes heb ik een levenslange behoefte aan lopen overgehouden. Rol een schaduwrijk weggetje voor me uit en ik ben niet meer te houden. Leg een leuk geitenpad voor me neer en ik ben weg. Het fijne van lopen is dat je het op elk moment van de dag of de nacht kunt doen en dat je niet in clubverband achter een bal aan hoeft te hollen. Het laat zich ook goed combineren met schrijven, wat voornamelijk een exercitie in stilzitten is.
Wel merk ik dat ik veeleisender word. Er schijnen almaar nieuwe paden bewandeld te moeten worden die naar steeds onbekendere horizonten voeren. En omdat je in de supermarkt je karretje niet zomaar met een stel paden kunt vullen alsof het flessen whisky zijn, moet ik er zo nu en dan een oceaan voor oversteken.

Mijn vader was chemicus. Hij werkte in een laboratorium bij Organon, waar nieuwe geneesmiddelen werden ontwikkeld. Tijdens het avondeten hoorde je soms welke ziektes er allemaal bestonden. Een van zijn specialiteiten was spieratrofie. Tussen de aardappels en de yoghurt leerde ik dat ik geweldig bofte dat ik met mijn armen en benen kon doen wat ik wilde. De ziekenhuizen lagen vol kinderen bij wie de spieren langzaam wegkwijnden. Het was een dieptreurig beeld, waar ik hypochondrisch van werd. Bij het minste pijntje dacht ik dat de atrofie nu ook bij mij toesloeg. Waarom zouden andere kinderen, die misschien veel meer hun best deden dan ik, het wel krijgen en ik niet?
Vanwege Organon verhuisden we naar de Brabantse hei, in de buurt van Oss. Dat was een heel andere wereld dan die we hadden achtergelaten. Mijn moeder had het gevoel dat we geëmigreerd waren. Het was je reinste Gabriel Garcia Marquez op het Brabantse platteland! We woonden er nog maar net of de buurman raakte een oorringetje kwijt. Hij liep overal wanhopig te zoeken. Ons leek het niet zo erg, een oorringetje meer of minder. Wat waren we naïef! Wat hadden we nog veel te leren! Met maar één oorring kun je niet recht schieten!

Op een dag verscheen de televisie in het leven der mensen. Sommigen denken dat de atoombom en de landing op de maan de meest revolutionaire fenomenen van de twintigste eeuw zijn. Zij zoeken het in het grootse, in iets dat de menselijke maat overstijgt, maar zien het kleine over het hoofd: een scherm in de zithoek dat beeld en geluid biedt, zodat je gewoon in je eigen huiskamer van de atoombom en de landing kunt genieten.
Mijn favoriete kinderprogramma was de Verrekijker. Daarin zag je hoe kinderen in andere landen leefden. Met stokjes etende Chinese kinderen in Mao-jasjes, Afrikaanse kinderen die halfnaakt in een modderige rivier zwommen, Zwitserse kinderen die met een schooltas op hun rug de alp afdaalden. Ik wilde wel al die kinderen zijn. Het liefst van allemaal de Zwitserse, vanwege de bergen. Ik heb nooit begrepen hoe het komt dat Nederland zo plat is. Van het begin af aan wist ik dat er iets niet in de haak was met ons landschap, maar pas toen ik de Zwitserse bergen zag wist ik wat het was.
Wat een onschuldig kinderprogramma kan aanrichten! Dankzij de Verrekijker woon ik nu in twee buitenlanden, Portugal en Frankrijk. Er zijn heuvels en bergen bij de vleet, je hebt ze in alle soorten en smaken - al of niet met slagroom op de top. Als er zoiets bestaat als ``het landschap van de ziel`` dan heb ik het gevonden, hoewel ik nog steeds bij vlagen lijd aan ``Da wo ich nicht bin, da ist das Glück``.
Met mijn hond, een Bretonse spaniel die zich moeiteloos van zwerver tot aristocratische huisgenoot heeft opgewerkt, loop ik heel wat af. Hij wordt net zo chagrijnig als ik als we eens een dag overslaan. Hij beslist waar we heen gaan, ons keuzemenu is mij soms iets te rijk. Wat wordt het vandaag, vraag ik. De heuvels met de magische stenen, de rivier, de rode klippen, de zee, het strand met de cactussen, de lagune, het pad naar de bron, de grot of het laantje met de mimosa? Zegt hij de rivier, dan wordt het de rivier. Hij weet het beter dan ik. In het algemeen kan er over onze wandelingen gezegd worden: wat is er achter de volgende berg, dat houdt ons gaande.

Ooit heb ik gedacht dat ik later iets moest worden. Ik bedoel een echt beroep uitoefenen, waarvoor je eerst een diploma moet halen en dan solliciteren. Ik heb heel wat zinloos zitten ploeteren op onbegrijpelijke teksten, voordat ik begreep dat het nooit wat zou worden met mij en een echt beroep.

Schrijven als strijd tegen de vergankelijkheid? Ik ben al tevreden als de lezer zich een jaar later nog de hond herinnert die chagrijnig werd als er een dag niet gelopen werd. Dat die hond een baasje had dat als kind erg van de Verrekijker hield doet er minder toe. Al zou het leuk meegenomen zijn wanneer die informatie ook nog een tijdje bleef hangen, alleen omdat het zo mooi was opgeschreven.

Tessa de Loo (1946) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Ze werkte enkele jaren als lerares alvorens ze in 1983 debuteerde met de verhalenbundel De meisjes van de suikerwerkfabriek, waarmee ze onmiddellijk haar naam vestigde. Het boek beleefde meer dan twintig drukken en werd bekroond met twee debuutprijzen (de Anton Wachterprijs en het Gouden Ezelsoor).

Sindsdien is Tessa de Loo een geliefd schrijfster gebleven. Haar populariteit dankt ze aan de toegankelijke stijl van haar proza, waarin altijd een intrigerende verhaallijn wordt uitgewerkt, en aan de thematiek van haar werk - vaak conflictueuze liefdes waarin macht een belangrijke factor is.

Liefde en macht is ook het thema van haar roman Meander (1986) waarin de opkomst en ondergang van een alternatieve leefgemeenschap begin jaren zeventig in Zeeland is beschreven. Het conflictueuze spel van liefde en macht is eveneens prominent aanwezig in haar beide volgende boeken, Het rookoffer (1987) en Isabelle (1989). In Het rookoffer draait alles om de liefde tussen een lerares Frans en een van haar leerlingen. Isabelle gaat over een actrice die gekidnapt wordt. Dit boek werd in 2011 succesvol verfilmd, met Halina Reijn in de hoofdrol.

Anders van toon en thematiek is haar grote epische roman De tweeling (1993). Uitgangspunt in dit boek is de ontmoeting tussen twee bejaarde vrouwen, een Nederlandse en een Duitse, in het kuuroord van Spa. Ze vertellen elkaar hun levensverhalen maar weten aanvankelijk nog geen van beiden dat ze een al in de kindertijd van elkaar gescheiden tweeling vormen. Op de achtergrond aanwezig is de Tweede Wereldoorlog, die de tweeling gescheiden heeft, en de voor de Duitse en de Nederlandse verschillende doorwerking van dit oorlogsverleden in het heden. De roman werd bekroond met de Otto von der Gablentz-prijs en de Publieksprijs van het Nederlandse boek. De tweeling is sinds de verschijning een weergaloos succes. Inmiddels zijn er alleen al in het Nederlands meer dan 600.000 exemplaren verkocht. De Duitse vertaling was eveneens zeer succesvol. De verfilming van dit boek leidde tot een Oscarnominatie.

Na De tweeling publiceerde Tessa de Loo in 1998 Een varken in het paleis, een meeslepend boek over een tocht door de onherbergzaamste streken van de Balkan, in het voetspoor van Byron. In 1999 bundelde ze haar columns over reizen, verkeer en auto`s in Een gevaar op de weg.

De thematiek van De tweeling keert terug in Een bed in de hemel (2000). In deze roman gaat het over (de onvervulbaarheid van) de liefde. Het boek alterneert tussen Boedapest en Amsterdam, tussen seksuele vrijheid en onontkoombaar lot, tussen 1944, 1956, 1965 en 1995.

In 2004 verscheen De zoon uit Spanje. In dit familiedrama willen de kinderen van een stervende vader, gepensioneerd leraar klassieke talen, van zijn laatste verjaardag een onvergetelijk familiefeest maken. Niet eenvoudig: een van hen, Bardo, is 25 jaar geleden door zijn vader het huis uitgezet en nooit meer teruggekeerd.

In de roman Harlekino (2008) komen de grote thema’s van ons onzekere tijdperk aan bod: de botsing der beschavingen en religies, ontheemding en migratie. Haar meest recente roman is Verraad me niet (2011), een beklemmend drama spelend in een oer-Hollands landschap. Eind 2013 publiceert De Arbeiderspers van Tessa de Loo Kenau, het pakkende verhaal van Kenau Simonsdochter Hasselaar die tijdens het Beleg van Haarlem (1572-1573) zo’n driehonderd vrouwen ertoe over weet te halen om zij aan zij met de soldaten vanaf de stadswallen tegen de vijand te vechten.

Het schrijven is begonnen als een ontspanning. Ik was, als afronding van een studie `Nederlandse taal en letterkunde`, verstrikt geraakt in een eindscriptie onder de titel: `De aard van de ironie bij Gerard Reve` Minstens honderd verschillende definities van het begrip `ironie` hadden me in grote verwarring gebracht over een verschijnsel dat steeds ongrijpbaarder werd in zijn tweeslachtigheid`` `wel en niet grappig/serieus/spottend bedoeld`.

In het schrift, dat bestemd was voor de scriptie, begon ik onbewust het een en ander neer te krabbelen. Iets wat enige opheldering verschafte over de aard van Reve`s ironie was het niet. Er ontstond iets heel anders en eigenzinnigs, waarover ik zelf nauwelijks enige controle had. Het was alsof mijn hand, niet ik, deze beslissing nam. Het was mijn hand, die een verhaal bedacht. Toen hij niet langer bewoog, gluurde ik nieuwsgierig in het schrift. Ik was verbaasd: voor mij lag een verhaal - met een begin, een einde en iets er tussenin. Zo heeft het schrijven mij overrompeld en ik heb geen weerstand geboden.

Het oeuvre van Tessa de Loo kan op twee manieren veelzijdig te noemen. Het omvat romans, novellen, verhalen en reisreportages. Haar streven zich steeds te vernieuwen en niet te teren op een bewezen succesvolle aanpak maakt haar werk spannend, niet alleen voor de lezer maar ook voor de schrijfster zelf.

`Het schrijven van een roman is als een reis door een onbekend land waarvan geen kaarten bestaan.` Welke obstakels zal ik onderweg tegenkomen? Waarheen voert het pad, of zal het een doodlopende weg blijken? Er is niemand aan wie je de weg kunt vragen. Door wat voor landschappen zal ik trekken: polders, bergen, bossen, woestijnen, moerassen? Of zal het een stadse geografie van straten en parken zijn, van daken, schoorstenen en kerktorens? Wordt het een reis door de lucht of over water?

Wie zijn mijn metgezellen? Naarmate de reis vordert leer ik ze steeds beter kennen. Tot in mijn slaap toe hoor ik hun stemmen. Ze genieten, ze lijden, ze kwellen elkaar, maar vooral zichzelf. Ze halen vreemde capriolen uit, maar ik kijk nergens vreemd van op. Mijn tolerantie kent geen grenzen. We zijn vrienden geworden, echte vrienden door dik en dun, maar het is een vriendschap die abrupt ophoudt zodra de reis voorbij en de roman af is. Daarna ben ik weer alleen en zullen zij, ontrouw als ze zijn, bevriend raken met de lezer. Of niet, maar dat valt niet langer onder mijn verantwoordelijkheid. Ik broed al weer op een nieuwe reis, want ik ben een nomade en zoek een nieuw `terra incognita`.

Tessa de Loo is gewend zich van A naar B te verplaatsen. Dat doet ze vaker dan haar lief is. Behalve wanneer het om het echte reizen gaat.
De eerste reis die haar buiten Europa bracht, leidde naar het land van de tequila: Mexico. Marokko, Australië en Zuid-Afrika waren haar meest recente bestemmingen.

Als ze op reis is heeft Tessa de Loo vooral oog voor de natuur en de mensen.

Blog